OVEREENKOMST van KOSTENVERDELING De ondergetekenden: .... (naam organisatie) ......, in deze vertegenwoordigd door .... (naam directeur of bestuurder)...., hierna te noemen ...(afkorting organisatie) en het Landelijk Platform GGz, in deze vertegenwoordigd door mevrouw M. ter Avest, directeur, hierna te noemen LPGGz gaan een kostenverdeling met betrekking tot de borging van de resultaten van het Programma Lokale Versterking GGz WMO aan. Doelstellingen van het Programma Lokale Versterking GGz Wmo Het Programma "Lokale Versterking GGz Wmo'' kende sinds haar start drie doelstellingen: "Meer en beter" Verbreden van het draagvlak door meer (vertegenwoordigers van) mensen uit de doelgroep te betrekken bij de uitvoering van de Wmo en de totstandkoming van Wmo-voorzieningen. Per regio zijn regionale initiatiefgroepen opgericht die gestreefd hebben naar een samenstelling in de volle breedte van de doelgroep, dus ook van verslaafden, dak- en thuislozen, mensen uit de vrouwenopvang, ook van categorale cliënten- en familieorganisaties voor bijvoorbeeld autisme, ADHD, manisch-depressieven, schizofrenie en anderen. De deelnemers aan deze lokale cliëntenparticipatie (in totaal circa 750 ervaringsdeskundigen) zijn in de projectperiode vervolgens beter toegerust om (politieke) invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke ondersteuningsbeleid. Dit is o.a. gebeurd via het uitwisselen van ervaringen en kennis, intervisie en cursussen op maat. "Solidariteit en samenwerking" Het verbreden van het draagvlak was geen geïsoleerde activiteit. Samenwerking met bestaande lokale en regionale organisaties vormde daarbij het uitgangspunt. Daarop is nadrukkelijk geïnvesteerd. Het doel daarbij is dat medio 2009 de regionale initiatiefgroepen onderdeel worden van c.q. geadopteerd worden door een Regionale Cliëntenorganisatie of een Zorgbelangorganisatie. "Verbetering beeldvorming over mensen met een psychische handicap" Zowel gemeenten (gemeenteraden, wethouders, beleidsambtenaren) als andere organisaties, die participeren in de Wmo-uitvoering, dienen bekend te raken met de GGz en de OGGz-specifieke problematiek. In de afgelopen jaren is hen kennis aangereikt vanuit (O)GGz- ervaringsdeskundigen wat het betekent om iemand te zijn met (O)GGz problemen. Ook is de beeldvorming over mensen met een psychische handicap in de lokale samenleving aangescherpt, zodat de drempel voor participatie vanuit de doelgroep verlaagd kon worden. Eind 2008 werd aan het programma een vierde doelstelling toegevoegd: "Overdracht en verkrijging financiële middelen" Om te voorkomen dat de behaalde resultaten rond de lokale cliëntenparticipatie verloren gaan, worden de regionale initiatiefgroepen medio 2009 waar mogelijk geborgd bij c.q. geadopteerd door lokale of regionale organisaties. Omdat Wmo-cliëntenparticipatie niet langer in aanmerking komt voor subsidies van de rijksoverheid, zullen deze hiervoor eigen geldstromen moeten verwerven. Alle regionale initiatiefgroepen en de organisaties waarvoor zij ten aanzien van borging een voorkeur hebben, zullen informatie krijgen over de mogelijkheden om subsidies aan te vragen en fondsen te werven. Daarbij worden zij waar nodig ondersteund. Zowel landelijk als regionaal zijn binnen het Programma Lokale Versterking GGz Wmo de afgelopen jaren talloze producten en methodes ontwikkeld. Deze zullen via het LPGGz verspreid worden over alle regio's. Deze materialen zijn ook na afloop van het programma bruikbaar en komen beschikbaar voor regionale en lokale belangenbehartigers. Doel van de samenwerking Het Programma Lokale Versterking GGz Wmo eindigt formeel op 30 juni 2009. Staatsecretaris Bussemaker van het ministerie van VWS heeft toegezegd in de tweede helft van 2009 aan het LPGGz middelen ter beschikking stellen voor de borging van de resultaten van het programma. In overleg met het Ministerie van VWS is vastgesteld dat onder borging in dit kader wordt verstaan de overdracht aan gemeenten en andere stakeholders van de kennis en methodieken die in het kader van het programma zijn opgedaan. De uitvoering van het Programma Lokale Versterking GGz Wmo heeft primair regionaal plaatsgevonden, met aandacht voor regionale en lokale verschillen. Dat is natuurlijk ook een van de essenties van de Wmo: lokaal maatwerk. De kern van het programma Lokale Versterking GGz Wmo vormde de oprichting van 34 regionale initiatiefgroepen met ervaringsdeskundigen uit de verschillende doelgroepen (GGz, Verslavingszorg, Maatschappelijke opvang). [1] Om te voorkomen dat de behaalde resultaten rond de lokale cliëntenparticipatie verloren gaan, worden de genoemde regionale initiatiefgroepen per 1 juli 2009 ondergebracht bij c.q. geadopteerd door lokale of regionale organisaties. Afgesproken is dat daarbij primair te voorkeur uit gaat naar regionale cliëntenorganisaties (RCO). Deze RCO's hebben de voorkeur aangezien deze organisaties zich specifiek bezighouden met de (O)GGz-doelgroep en dus reeds over de benodigde expertise beschikken. Waar dit niet mogelijk is, is onderzocht of inbedding plaats kan vinden bij een Zorgbelangorganisatie. Overigens moet hierbij worden opgemerkt dat in een aantal provincies de RCO onderdeel uitmaakt van een Zorgbelangorganisatie. De borging, te weten de overdracht aan gemeenten en andere stakeholders van de kennis en methodieken, die het LPGGz in het kader van het Programma Lokale Versterking GGz Wmo heeft opgedaan, zal primair regionaal en in nauwe samenwerking met de bovengenoemde regionale borgingspartners vormgeven worden. Nu individuele gemeenten nog meer dan gedurende de looptijd van het programma zelfstandig verantwoordelijk zijn voor de invulling en ondersteuning van cliëntenparticipatie, zullen de regionale initiatiefgroepen hun kennis van de lokale omgeving moeten overbrengen op lokaal en regionaal werkzame organisaties, die het stokje in principe moeten overnemen en op gemeenten zodat deze een afgewogen beslissing kunnen nemen over de benodigde ondersteuning van cliëntenparticipatie en het benodigde beleid om de participatie van ggz- en oggz-cliënten te verbeteren. Overwegende . dat partijen over en weer kosten dragen in verband met werkzaamheden die niet (alleen) ten behoeve van hen zelf worden verricht maar (mede) ten behoeve van de andere partij; . dat partijen zich ertoe wensen te verbinden, dat bovengenoemde kosten niet (alleen) voor eigen rekening en risico van de partij komen die de uitgaven heeft gedaan, maar voor gemeenschappelijke rekening en risico van alle partijen voor wie de betreffende werkzaamheden worden verricht; . dat partijen in verband met het bovenstaande over wensen te gaan tot een verdeling van voor gemeenschappelijke rekening en risico gemaakte kosten; . dat partijen wensen dat de op basis van de afgesproken kostenverdeling aan partijen in rekening gebrachte bedragen niet de vergoeding vormen voor verrichte leveringen als bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968 noch voor verleende diensten als bedoeld in artikel 4, lid 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968; . dat partijen deze kostenverdeelovereenkomst schriftelijk wensen vast te leggen. Overeenkomst Partijen verklaren het volgende te zijn overeengekomen: 1. Kosten die in rekening worden gebracht aan een der partijen in verband met werkzaamheden die (mede) voor de andere partij(en) word(en)t verricht, komen voor gemeenschappelijke rekening en risico van die partijen voor wie de betreffende werkzaamheden worden verricht. 2. De kosten die op grond van punt 1 (mede) voor gemeenschappelijke rekening en risico van de andere partij komt, worden één maal per jaar verdeeld op grond van vooraf door partijen overeengekomen verdeelsleutels per kostencategorie. 3. De volgende kostencategorieën komen voor verdeling als bedoeld in punt 2 in aanmerking: . Personeelskosten voor het opstellen van nader te bepalen documenten; . Personeelskosten voor het bijwonen van landelijke vergaderingen; . Personeelskosten voor voortgangsbewaking, rapportage en verantwoording; . Personeelskosten voor het voeren van overleg met gemeenten; . Druk- en kopieerkosten, reiskosten en portikosten. 4. Overeenkomsten met betrekking tot kosten die ingevolge deze overeenkomst (mede) voor gemeenschappelijke rekening en risico van andere partijen komen, kunnen slechts worden aangegaan na voorafgaande goedkeuring van de partijen voor wiens rekening (mede) die kosten komen. 5. ...(naam organisatie) machtigt het LPGGz om namens haar/hem bij het ministerie van VWS een subsidie voor de uitvoering van deze overeenkomst aan te vragen en geeft het LPGGz bij deze toestemming NAW- en betaalgegevens van ...(naam organisatie)... aan het departement ter beschikking te stellen. 6. Partijen gaan er van uit dat ten gevolge van deze kostenverdeelovereenkomst geen BTW verschuldigd is. Mocht toch BTW verschuldigd blijken te zijn zal deze over de onderling verdeelde bedragen in rekening worden gebracht en is deze BTW op eerste verzoek verschuldigd en te betalen door de wederpartij. 7. Met betrekking tot de praktische invulling worden de volgende afspraken gemaakt: . ... (naam organisatie) ... adopteert de regionale initiatiefgroep, zoals die in de afgelopen jaren in de regio heeft gefunctioneerd. ... (naam organisatie) ...heeft de intentie om ook na het aflopen van deze overeenkomst de regionale initiatiefgroep in stand te houden danwel zodanig te integreren in de eigen organisatie dat de kennis over cliëntenparticipatie Wmo niet verloren gaat. . In het derde kwartaal van 2009 wordt onder verantwoordelijkheid van ... (naam organisatie) ...door of in samenspraak met de regionale initiatiefgroep een regionaal overdrachtsdossier opgesteld. Dit dossier bestaat uit twee delen, een regionaal deel en een gemeentelijk deel, waarin per gemeente wordt ingegaan op de specifieke lokale situatie (zie ook bijlage 1); . Het LPGGz voorziet ...(naam organisatie invullen).. van formats, die het opstellen van het regionale overdrachtsdossier vereenvoudigen, en verzamelt, genereert en verspreidt landelijk beschikbare informatie ten behoeve van rapportages op regionaal en lokaal niveau; . Ten behoeve van de voortgang en afstemming worden in deze periode maximaal twee landelijke vergaderingen, te organiseren door het LPGGz, bijgewoond; . .. (naam organisatie) ...verzorgt de voortgangsbewaking, rapportage en verantwoording over de genoemde werkzaamheden. . Voor het regionale deel (incl. bijwonen vergaderingen en voortgangsrapportage en verantwoording wordt een bedrag van E 4800,- beschikbaar gesteld. . Voor het gemeentelijke deel wordt E 200,- per gemeente beschikbaar gesteld. Uw regio heeft .. (aantal invullen).. gemeenten. In totaal gaat het hierbij dus om een bedrag van E ... (bedrag invullen)... In bijlage 2 bij deze overeenkomst is aangegeven om welke gemeenten het in uw regio gaat .. (invullen in bijlage 2)... . Het gehele overdrachtsdossier, opgesteld per peildatum 1 juli 2009, wordt uiterlijk 15 november 2009 aan de gemeenten in de regio (wethouder, gemeenteraad, ambtelijk projectleider Wmo en voorzitter Wmo-raad) aangeboden. Een kopie wordt verzonden aan het LPGGz. . Het overdrachtsdossier wordt eveneens gepubliceerd op de websites van ... (naam invullen) .... Teneinde de aandacht van de gemeenten nader op dit onderwerp te vestigen wordt per gemeente in uw regio een overdrachts c.q. adviesgesprek gearrangeerd. Dit gebeurt waar mogelijk en wenselijk met zowel de gemeentelijke organisatie als de Wmo-raad. Dit is afhankelijk van lokale omstandigheden. . Voor het voeren van deze gesprekken wordt E 300,- per gemeente beschikbaar gesteld (incl. druk- en kopieerkosten, reiskosten en portikosten). Uw regio heeft .. (aantal invullen).. gemeenten. In totaal gaat het hierbij dus om een bedrag van E ... (bedrag invullen)... . Uiterlijk 31 december 2009 wordt een overzicht van de gevoerde gesprekken aan het LPGGz aangeboden. . ... (naam organisatie)....... legt over de uitvoering van de hiervoor genoemde werkzaamheden verantwoording af aan de directeur van het LPGGz. . Namens ... (naam organisatie) zal ..... (naam) ... als contactpersoonoptreden naar het LPGGz. Vanuit het LPGGz treedt ..... (naam medewerker).... op als contactpersoon. Halverwege de projectperiode zal de voortgang van de activiteiten tussen partijen besproken worden. . De periode van deze overeenkomst loopt in principe van 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009 of zoveel langer als voor de afwikkeling van het gestelde in deze overeenkomst noodzakelijk is. . Van het totaalbedrag dat voor uw regio beschikbaar is, wordt bij aanvang van de activiteiten 80% beschikbaar gesteld. Dit wordt overgemaakt naar rekeningnummer ... (invullen)... t.n.v. ... (naam organisatie)...te ....(plaats organisatie).... De resterende 20% wordt betaalbaar gesteld na afrondingen van de afgesproken activiteiten. . De in deze overeenkomst onder 7. gemaakte afspraken zijn pas rechtsgeldig en uitvoerbaar op het moment dat het ministerie van VWS terzake schriftelijk een subsidie heeft toegezegd. Slotbepalingen Alles waarin deze kostenverdeelovereenkomst niet voorziet en waarvoor nadere afspraken gemaakt worden tussen partijen, worden geacht onderdeel te zijn van deze kostenverdeelovereenkomst nadat deze afspraken schriftelijk vastgelegd zijn en door beide partijen ondertekend zijn. Over verschillen van mening tussen partijen over de uitvoering van de taken of over deze kostenverdeelovereenkomst worden door middel van het bereiken van consensus opgelost, waarbij deze oplossing schriftelijk vastgelegd wordt zoals hiervoor bedoeld. Aldus in tweevoud opgemaakt en overeengekomen op .... (datum) 2009, Plaats.... Utrecht: namens ....... namens het LPGGz ...... Mw. M. ter Avest, directeur Bijlage 1 Toelichting op het regionaal overdrachtsdossier en de te voeren gesprekken Het regionaal overdrachtsdossier bevat een aantal basisgegevens cliënt- en burgerparticipatie van de betreffende regio. Het gaat daarbij globaal om de volgende gegevens: . Aantal gemeenten, aantal inwoners; . Wmo-scan stand van zaken Wmo-raden per 1/1/2009 (aantallen, onafhankelijk ondersteuning, juridische erkenning);[2] . Cijfers over aanwezigheid diverse doelgroepen; . Overzicht van in het programma ingezette/inzetbare methoden; . Overzicht producten en activiteiten; . Ervaringsregels goede cliëntenparticipatie; . Inzet regionale initiatiefgroepen (waar actief, welke samenwerkingsrelaties, etc.); . Onderlinge relaties gemeenten inzake GGz en OGGz; . Afrondende rapportage Lokale Versterking GGz. Daarnaast wordt per individuele gemeente een overdrachtsdossier opgesteld dat toegespitst is op de specifieke, lokale situatie. Dit dossier heeft globaal de volgende elementen: . Activiteiten (afgerond en lopend) van de desbetreffende regionale initiatiefgroep in de gemeente; . Geplande activiteiten in 2010 en verder; . Lokaal beschikbare en relevante gegevens; . Waargenomen knelpunten; . Aanbevelingen. Bijlage 2 Overzicht gemeenten In onze regio zijn de volgende gemeenten opgenomen: . ......... . ......... . Etc. ----------------------- [1] Tot onze doelgroep behoren, in willekeurige volgorde en met hantering van de meest gangbare aanduidingen (zowel kinderen, jeugdigen, (jong- )volwassenen als ouderen, autochtoon zowel als allochtoon): ( mensen met psychische, psychosociale en/of psychiatrische problemen/ problematiek, kwetsbaarheid, beperking(en) of handicaps ( cliënten geestelijke gezondheidszorg ). ( m handicaps ('cliënten geestelijke gezondheidszorg'). ( mensen met verslavingsproblemen/ een verslaving(sachtergrond) ('cliënten verslavingszorg'), ( mensen die thuis- of dakloos zijn ('gebruikers maatschappelijke opvang'), ( gebruikers van vrouwenopvang ('gebruikers vo'), ( naastbetrokkenen en mantelzorgers (familie, buren, vrienden of andere vrijwilligers), ( mensen met gedrags-, leer- en/of ontwikkelingsproblemen (denk aan autisme, adhd, pdd-nos etc.). [2] In aansluiting op informatie Zorgbelang Nederland.