Kinderen en volwassenen met ggz-problematiek worden zwaar getroffen
Het Landelijk Platform GGz is ernstig verontrust over de aangekondigde bezuinigingen die het kabinet in 2009 wil doorvoeren op de begeleiding, bekostigd uit de AWBZ. Een groot aantal kinderen en volwassenen met psychische of psychiatrische problematiek zal door de maatregelen hard getroffen worden. Voor hen komt deze begeleiding te vervallen.
Het LPGGz vreest de gevolgen; mensen die hun leven een beetje op orde hebben maar zonder begeleiding terugvallen in zorgbehoeftig gedrag; ouders die overbelast raken en hun kinderen noodgedwongen uit huis plaatsen. Op lange termijn kunnen de maatregelen averechts werken, ook financieel.
Teveel onduidelijkheden
Hoewel het LPGGz de noodzaak erkent de AWBZ scherp af te bakenen om de solidariteit
en betaalbaarheid voor de toekomst te waarborgen, is zij van mening dat de bezuinigingsmaatregelen te snel en te ondoordacht worden doorgevoerd.
Het kabinet kan nog niet precies aangeven welke groepen de AWBZ-begeleiding verliezen.
Evenmin is duidelijk wie straks een beroep mag doen op vervangende hulp uit andere
financieringsbronnen, zoals gemeente, jeugdzorg of onderwijs. Bovendien is er geen enkele garantie dat gemeenten of onderwijsinstellingen inhoudelijk goed voorbereid zijn om de (zware) taak over te nemen om mensen activerende, passende dagbegeleiding te bieden.
Gevolgen voor kinderen en jongeren
De bezuinigingen zullen hard aankomen bij kwetsbare groepen kinderen en hun ouders. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen en jongeren met autisme, ADHD, PDD-NOS of pervasieve stoornissen, die veel ondersteuning nodig hebben. Circa 50 procent van deze kinderen/jongeren zal de begeleiding vanuit de AWBZ verliezen. In de meeste gevallen zal dat begin 2009 zijn, want indicaties voor jongeren worden doorgaans voor korte termijn afgegeven. Het kabinet stelt dat de bezuinigingen met name de groep jongeren met lichte beperkingen zal treffen. Maar waar de grenzen tussen licht, matig en ernstig liggen, is nog onduidelijk. Het LPGGz vindt dat ook bij lichte beperkingen professionele begeleiding een belangrijke meerwaarde kan hebben voor cliënt én maatschappij.
Wanneer begeleiding uitblijft, kan de problematiek verergeren, met alle persoonlijke, maatschappelijke en financiële gevolgen van dien.
Het LPGGz onderschrijft dat bepaalde vormen van begeleiding voor jongeren beter niet vanuit de AWBZ maar vanuit jeugdzorg of onderwijs gegeven kunnen worden. Dan moet wél duidelijk zijn op welke instanties en financieringsbron jongeren en ouders een beroep kunnen doen.
Die instanties moeten ook voldoende inhoudelijk voorbereid en toegerust zijn om die begeleiding te verlenen.
Mensen met ggz-beperkingen de klos
Van de volwassenen die nu begeleiding vanuit de AWBZ-krijgen, raakt circa 25 procent die
begeleiding in 2009 kwijt. Mensen met beperkingen op het gebied van ‘psychisch welbevinden’
(angst, depressiviteit), krijgen helemaal geen toegang meer tot begeleiding vanuit de AWBZ, tenzij er sprake is van een combinatie met andere beperkingen. . Het Landelijk Platform GGz vindt dit onaanvaardbaar. Het gaat hier om een zeer kwetsbare groep mensen die vaak een geïsoleerd bestaan leiden.
Het kabinet verwacht dat deze groep mensen straks begeleiding vanuit de gemeente of de zorgverzekering aangeboden krijgen, maar biedt geen enkele garantie op dit punt. De belofte van een ‘zachte landing’ in andere ‘domeinen’ blijkt boterzacht. Waar hebben én houden ggz-cliënten nu eigenlijk recht op?
Cliëntondersteuning
De bezuiniging op AWBZ-begeleiding zal grote onrust teweeg brengen bij ggz-cliënten en
naastbetrokkenen. Extra pijnlijk is dat de praktische advisering en ondersteuning voor deze doelgroep nog altijd niet goed geregeld is. Er is geen landelijk dekkend netwerk voor cliëntondersteuning-ggz en er is geen financiële regeling. Het LPGGz pleit – opnieuw – voor een apart traject om de cliëntondersteuning
in de ggz op te bouwen, de huidige steunpunten te versterken en hun voortbestaan te
garanderen.
Kernpunten LPGGz
Het LPGz wil dat het kabinet meer duidelijkheid geeft over de volgende zaken:
1. Welke instanties zijn verantwoordelijk voor welke zorg/begeleiding?
En wat valt onder eigen verantwoordelijkheid?
2. Wat moet er gebeuren voordat andere domeinen – onderwijs, jeugdzorg, gemeenten,
zorgverzekering – hun verantwoordelijkheid waar kunnen maken?
Wat is een realistisch tijdpad hiervoor?
3. Wanneer is de indicatiestelling bij kinderen en jongeren op orde?
4. Welke maatregelen neemt het kabinet voor versterking van cliëntondersteuning ggz?
