Gemeenten hebben veel kritiek op de voorstellen van staatssecretaris Bussemaker
om 800 miljoen euro te bezuinigen op de ABWZ. Er is te weinig tijd om een gedegen
beleid te ontwikkelen. Bovendien moet Bussemaker eerst aangeven wie wel en wie
niet een beroep kunnen doen op de gemeente.
Dat blijkt uit reacties die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft
ontvangen van haar leden. De Vereniging heeft de bezwaren van de gemeenten
doorgegeven aan staatssecretaris Bussemaker en de leden van de Eerste en
Tweede Kamer.
Overgangsjaar
Volgens de VNG is het absoluut noodzakelijk dat 2009 een overgangsjaar wordt
voor alle burgers die door de maatregelen worden getroffen. Het CIZ kan ondertussen
starten met de herindicatie van mensen die een AWBZ-indicatie hebben, zodat in
2009 duidelijkheid ontstaat over de gevolgen van de maatregelen.
Negatieve besluiten
Het doorvoeren van negatieve indicatiebesluiten moet worden opgeschoven tot
1 januari 2010. Zo houden mensen van wie de bestaande AWBZ-indicatie afloopt
en die niet langer recht hebben op AWBZ-begeleiding, tot 1 januari 2010 hun zorg.
Dan ontstaat tijd voor inzicht in de getroffen groepen en tijd om alternatieven te
bedenken en te organiseren, aldus de VNG.
Onderzoek effecten
De staatssecretaris bevestigt zelf in een brief aan de Tweede Kamer dat zij de
eerste maanden van 2009 nodig heeft om nader te onderzoeken wat de effecten
van de maatregelen zijn. Het kan niet zo zijn dat gemeenten verantwoordelijk
worden voor de gevolgen van een wetswijziging terwijl de staatssecretaris daarover
zelf ook in het ongewisse is, meent de VNG.
Verslechtering
Gemeenten vrezen dat de voorgestelde maatregelen leiden tot verslechtering van
de gezondheid en zelfredzaamheid. Voor de mensen met een lichte beperking
vervalt de AWBZ-begeleiding. De mensen met zware of matige beperkingen ontvangen
voortaan alleen begeleiding die op zelfredzaamheid is gericht. Voor participatie
zullen zij hun heil elders moeten zoeken.
Voorziene knelpunten
Afgewezen personen kunnen niet eenvoudigweg met bestaande welzijnsvoorzieningen opgevangen worden. Sommige doelgroepen hebben een individuele benadering nodig
en er mogen geen lacunes of discontinuïteiten in de zorg ontstaan. Om de doelgroep
goed in beeld te krijgen, beleid te ontwikkelen, contracten met uitvoerders te sluiten
en de communicatie hierover te regelen hebben de gemeenten meer tijd nodig dan
de drie maanden die het kabinet ze geeft, stelt de VNG.
Bron: Zorg en Welzijn
