Aan de leden van de Vaste Kamercommissie voor VWS
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Onderwerp: AWBZ
Datum: 27 oktober 2008
Kenmerk: 0810-0005
Op 30 oktober a.s. vergadert u over de voorgestelde pakketmaatregelen voor de AWBZ.
Het Landelijk Platform GGz spreekt in deze brief haar zorg uit over die maatregelen.
Het LPGGz erkent dat een scherpere afbakening van de AWBZ gewenst is, met name
voor de functiebegeleiding. Op deze wijze kan de solidariteit voor de toekomst
gewaarborgd worden en kan oneigenlijk gebruik tegen worden gegaan. Een scherpe
afbakening geeft mensen met een beperking ook zekerheid waar zij wel en niet recht op
hebben.
Maar de pakketmaatregelen die nu zijn aangekondigd, acht het LPGGz onverantwoord.
De nieuwe grenzen van de AWBZ zijn diffuus en discutabel, de samenhang met andere
domeinen ontbreekt en het tijdpad is niet realistisch.
De staatssecretaris heeft de pakketmaatregelen voor het eerst aangekondigd in haar brief van 13 juni 2008 over de toekomst van de AWBZ. Daarin schreef zij dat alleen mensen met ernstige beperkingen toegang tot begeleiding uit de AWBZ zouden blijven houden. Bij de uitwerking van de pakketmaatregelen is dat standpunt belangrijk genuanceerd: ook mensen met matige beperkingen kunnen een beroep blijven doen op begeleiding vanuit de AWBZ. Het LPGGz is blij met deze aanpassing van de maatregelen.
Tegelijk constateert het LPGGz dat de grenzen tussen licht, matig en ernstig nog erg diffuus zijn.
Hetzelfde geldt voor de grenzen tussen begeleiding gericht op zelfredzaamheid (wel
AWBZ ) en begeleiding gericht op participatie (niet AWBZ).
Deze onduidelijkheid schept grote onrust bij mensen die nu begeleiding vanuit de AWBZ
ontvangen, zeker bij de GGz-doelgroep die de afgelopen twee jaar al veelvuldig geconfronteerd is met veranderingen en onzekerheden (overheveling ggz, invoering wmo, introductie zorgzwaartepakketten).
Beperkingen op het gebied van psychisch welbevinden (angst, moedeloosheid,
eenzaamheid, geen levensvervulling) geven geen toegang meer tot begeleiding vanuit de
AWBZ, ook niet wanneer sprake is van matige of ernstige beperkingen. Het LPGGz mist
een onderbouwing van deze keuze en mist een alternatief. Voor mensen met matige of
ernstige beperkingen op dit gebied is begeleiding van essentieel belang om zichzelf
staande te houden, de week door te komen en contact te blijven houden met hun
omgeving.
Begeleiding onduidelijk
Het is onduidelijk of deze mensen in de toekomst op begeleiding kunnen blijven rekenen en zo ja, van waaruit die dan geboden wordt. Het LPGGz vreest dat een groep cliënten in het niemandsland tussen AWBZ, zorgverzekeringswet en Wmo terecht zal komen. Er bestaat een reëel risico dat zij later zwaardere vormen van zorg nodig hebben, waardoor de bezuinigingen een averechts effect krijgen.
Het LPGGz wil graag antwoord op de volgende vragen:
Naar verwachting 50 procent van de kinderen en jongeren die begeleiding vanuit de
AWBZ ontvangen, zal deze begeleiding verliezen. Het LPGGz erkent dat in sommige
situaties jeugdzorg of onderwijs de meer geëigende instanties zijn om begeleiding te
geven. Maar dan moet wel duidelijk zijn wanneer jeugdigen en hun ouders op die
instanties een beroep kunnen doen. En die instanties moeten voldoende voorbereid en
toegerust zijn om die begeleiding te verlenen.
Behandelend karakter
Bij kinderen en jongeren die gebruik maken van begeleiding vanuit de AWBZ, heeft die
begeleiding vaak een behandelend karakter. De begeleiding draagt ertoe bij dat klachten
verminderen of niet verergeren, terwijl dat zonder begeleiding wel zou zijn gebeurd. Ook
bij lichte beperkingen zal het tijdig inzetten van goede begeleiding een grote meerwaarde hebben: persoonlijk, maatschappelijk en uiteindelijk ook financieel.
Het LPGGz wil dat bij indicatiestelling voor kinderen en jongeren niet alleen gekeken wordt naar aard en zwaarte van de beperkingen, maar ook naar de zwaarte van de hulpvraag, de aard van de begeleiding en het resultaat wat ervan verwacht mag worden.
Het LPGGz is blij met de taskfoce die het kabinet heeft ingesteld om de indicatiestelling
voor kinderen en jongeren op orde te brengen. Het kabinet zou echter eerst de resultaten van de taskforce moeten afwachten, alvorens de Bureaus Jeugdzorg te belasten met een nieuwe taakstelling.
Prioriteit
Het LPGGz wil dat het kabinet prioriteit geeft aan uniformiteit, kwaliteit en transparantie bij indicatiestelling voor kinderen en jongeren. Wanneer de Bureaus Jeugdzorg niet aan deze eisen kunnen voldoen, zal de indicatiestelling elders ondergebracht moeten worden,
bijvoorbeeld bij het CIZ.
Voor meer informatie over de gevolgen van pakketmaatregelen AWBZ voor kinderen en
jongeren verwijzen wij naar het standpunt van onze lidorganisatie Balans en het rapport
dat Balans 20 oktober jl. heeft uitgebracht (zie
www.balansdigitaal.nl).
In de uitwerking van de pakketmaatregelen AWBZ ontbreekt de samenhang met andere
domeinen. Het is volstrekt onduidelijk welke mensen die hun begeleiding vanuit de AWBZ
kwijtraken, straks een beroep kunnen doen op hulp uit andere domeinen (gemeente,
zorgverzekering, onderwijs, jeugdzorg, arbeid).
In het debat van 3 juli jl. heeft de Tweede Kamer sterk aangedrongen op goede afspraken met de aanpalende domeinen. Het LPGGz constateert dat sinds die datum geen enkele vooruitgang is geboekt.
Kabinet verzaakt
Hier is sprake van een kabinetsbreed verzaken. De vraag ‘welke zorg en ondersteuning bieden wij in Nederland aan mensen met beperkingen’ is verengd tot een bezuinigingsvraagstuk voor de AWBZ. De ‘zachte landing in andere domeinen’ die
beloofd was, blijkt boterzacht.
Ketenzorg onduidelijk
Op het gebied van ketenzorg voor mensen met langdurende psychische problemen is nog
veel onduidelijk. Zo is onduidelijk onder welk regiem de verantwoordelijkheid voor die
ketenzorg moet vallen: AWBZ, Wmo, Zorgverzekeringswet? Het LPGGz mist een visie
van het kabinet hierop.
Het kabinet verwijst, als het gaat om ondersteuning bij participatie, herhaaldelijk naar de rol van gemeenten in het kader van de Wmo. Het LPGGz draagt deze gedachte een warm
hart toe: op lokaal niveau kan en moet er veel meer gebeuren om ruimte te scheppen voor mensen met een psychische beperking en om hen te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. De gemeente is ook de aangewezen partij om hier regie over te voeren.
Verantwoordelijkheid niet waargemaakt
Keer op keer blijkt echter dat gemeenten hun verantwoordelijkheid ten aanzien van
mensen met een psychische handicap en verslavingsproblemen nog amper waarmaken.
Gemeenten pleiten bij het Rjk voor meer tijd en meer geld; het Rijk vindt dat gemeenten
binnen het huidige wettelijke kader al meer kunnen en moeten doen. In dit krachtenspel
dreigen de mensen om wie het eigenlijk gaat het slachtoffer te worden. Verergering van de problematiek, die bijvoorbeeld leidt tot dakloosheid of een klinische opname, kan het
gevolg zijn.
LPGGz bezorgd
Het LPGGZ maakt zich hierover ernstig zorgen, zeker tegen de achtergrond dat ook het
Programma Lokale Versterking, gericht op de belangenbehartiging van GGz-cliënten op
lokaal niveau, halverwege volgend jaar afloopt.
Het LPGGz is ook bezorgd om de mensen in de maatschappelijke opvang en
vrouwenopvang die op psychosociale grondslag begeleiding uit de AWBZ krijgen. Zij
moeten vanaf volgend jaar voor ondersteuning bij de gemeente aankloppen. Zowel
gemeenten als instellingen geven aan dat gemeenten hiervoor nog niet klaar zijn.
Aandacht voor zwerfjongeren
Specifieke aandacht is ook gewenst voor de positie van zwerfjongeren en jongeren met
verslavingsproblemen. Het LPGGz mist die aandacht in de brieven van het kabinet.
Vragen LPGGz:
Cliënten van de GGz, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zijn de laatste jaren
geconfronteerd met een aantal ingrijpende wijzigingen: Wmo, overheveling GGz naar de
zorgverzekeringswet, invoering zorgzwaartebekostiging.
Juist in deze tijd is er grote behoefte aan individuele, onafhankelijke cliëntondersteuning.
De cliëntondersteuning voor de GGz-doelgroep schiet echter ernstig tekort. In het verleden werden GGz-steunpunten bekostigd vanuit de AWBZ-subsidieregeling
zorgvernieuwingsprojecten GGz. In tegenstelling tot de subsidieregeling voor MEE-
organisaties is deze regeling met de ingang van de Wmo verdwenen en zijn de
betreffende gelden ongeoormerkt overgeheveld naar gemeenten.
Huidige situatie in het kort
De huidige situatie laat zich als volgt samenvatten: er is geen landelijk dekkend netwerk voor cliëntondersteuning GGz; de bestaande steunpunten GGz hebben een noodlijdend bestaan en hun expertise dreigt te verdwijnen; de ontstane leemtes worden soms wel en soms niet opgevuld door MEE-organisaties.
In dit verband wil het LPGGz graag antwoord op de volgende vragen:
Voorgenomen maatregelen onverantwoord
Standpunt LPGGz: pakketmaatregelen in deze vorm en met dit tijdpad
onverantwoord
De staatssecretaris wil de pakketmaatregelen AWBZ per 1 januari 2009 laten ingaan. Het
LPGGz acht dit volstrekt onverantwoord en vraagt de Tweede Kamer om besluitvorming
uit te stellen, totdat aan onderstaande voorwaarden voldaan is:
Met vriendelijke groet,
Landelijk Platform GGz
Drs. Marjan ter Avest
Directeur
Lees ook het persbericht van de Fes=deratie Opvang over dit onderwerp
