Per 1 januari 2007 is de AWBZ-subsidieregeling ZorgVernieuwingsProjecten GGz (ZVP-gelden) overgeheveld naar de Wmo. Oorspronkelijk doel van deze subsidieregeling was het stimuleren van cliënteninitiatieven voor zorgvernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg. De regeling werd uitgevoerd door de zorgkantoren. Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn de ZVP-gelden bij
de gemeenten terecht gekomen en hebben die het
voor het zeggen.
De ZVP-gelden werden in het recente verleden gebruikt om vernieuwende cliënteninitiatieven op te zetten. In Gelderland voerden de Stichting Cliënteninitiatieven in Doetinchem, De Kentering in Nijmegen, de Stichting Jutte van der Voorst en Zorgbelang Gelderland de meeste projecten uit. Deze organisaties ontwikkelden activiteiten als PGB-consulenten voor de GGz, informatiesteunpunten, cliëntondersteuning GGz en onderzoek.
Gevolgen invoering Wmo tot 2008
Met de overgang naar de Wmo is de financieringsstroom veranderd.
In 2007 is het budget (landelijk in totaal 6,7 miljoen euro) geoormerkt toegekend aan gemeenten waar de zorgvernieuwingsprojecten statutair gevestigd waren. Daarbij hanteerde men de historische verdeling van het jaar 2004. De meeste gemeenten hebben in 2007 het beleid van de zorgkantoren voortgezet en de bekostiging van de projecten gecontinueerd. Dit in afwachting van
de nieuwe meerjarenbeleidsplannen voor de Wmo die ze vaak nog moesten opstellen.
Halve euro per inwoner
Met ingang van 2008 is het landelijke budget van 6,7 miljoen euro van de voormalige ZVP-regeling naar rato verdeeld over alle gemeenten en ongeoormerkt in het Wmo-budget beland. Daarmee is niet meer tot op de euro duidelijk hoeveel de gemeenten vanuit de voormalige ZVP-regeling ontvingen. Als vuistregel kan gelden:
een kleine halve euro per inwoner per jaar. In 2008 werden de ZVP-gelden niet langer verdeeld over enkele grote gemeenten, maar over alle gemeenten.
Hierdoor is versnippering ontstaan en de bekendheid met de ZVP-regeling afgenomen.
Subsidierelatie met meerdere gemeenten
Veel cliënteninitiatieven werken regionaal en moeten nu bij meerdere (soms vele) gemeenten subsidieaanvragen indienen. Bovendien zijn gemeenten niet verplicht deze gelden ook daadwerkelijk voor het oorspronkelijke doel te gebruiken. De Wmo biedt gemeenten ten principale de vrijheid keuzes te maken op het gebied van het te voeren beleid en op het gebied van de inzet van hun middelen. Gemeenten die in 2007 niet te maken hebben gehad met de ZVP-gelden zijn onbekend met de regeling.
In regio's waar geen regionale cliëntenorganisatie is, maakt niemand aanspraak op de gelden en dreigen deze vergeten te worden.
Nu, begin 2009, wordt zichtbaar dat het geld, dat beschikbaar was voor het stimuleren van cliënteninitiatieven voor zorgvernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg, dreigt af te kalven. Dit blijkt met name uit het achterblijven van het aantal nieuwe initiatieven met Wmo-geld. De afkalving is het meest zichtbaar in die gemeenten die in 2007 niet te maken kregen met de ZVP-gelden (en dat waren veruit de meeste gemeenten). In veel Wmo-nota’s wordt geen melding
gemaakt van deze gelden.
Aanbevelingen
Zorgbelang Gelderland beveelt belangenbehartigers dan ook het volgende
aan:
Meer informatie
Voor meer informatie neemt u contact op met Mieke Biemond, consulent GGz en maatschappelijke opvang van Zorgbelang Gelderland en projectmedewerker Programma Lokale Versterking, telefoon 026 384 28 22, e-mail miekebiemond@zorgbelanggelderland.nl
Kijk ook op
www.programmavcp.nl onder het kopje Wmohandreikingen
bij Handreiking Subsidieregelingen die overgaan
naar de Wmo of
www.invoeringwmo.nl en zoek op zvp.
Bron 'Inzicht', Zorgbelang Gelderland
